Nieuws

Koolmeestarief: ergernis en kans

8 juli 2019

Door Miro Lucassen
Twee alinea’s in het pensioenakkoord over arbeidsongeschiktheid en vervolgens een bodemtarief van 16 euro in de strijd tegen armoede onder zzp’ers: de regering houdt zich meer dan ooit bezig met leven en werk van vrije schrijvers en andere zelfstandigen. Zijn we blij met die aandacht? Nou nee, in de media en op de sociale media klonken bezorgde en geërgerde reacties: waar bemoeien minister Koolmees en zijn polderkameraden zich mee? Zo boos reageerden sommigen, dat je haast zou denken dat zij dolgelukkig zijn met de onderbetaling en uitbuiting in de creatieve sector en aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

De feiten liegen er niet om: een gemiddelde zelfstandige creatieve professional haalt met moeite een bruto jaarinkomen van 24.000 euro. Wie bij een krant of omroep soortgelijk werk doet in loondienst, staat voor gemiddeld 60.000 euro op de begroting. Zeker, de zzp’er overleeft met dank aan fiscale voordelen, partners met een serieus inkomen en ingenieuze lifehacks. Maar dat heeft weinig te maken met het principe dat voor gelijk werk een gelijke beloning hoort te gelden. En als de tot zelfstandigheid gedwongen pakjesbezorger en maaltijdkoerier onder het bijstandsminimum werken, is er iets grondig mis met het veronderstelde ondernemerschap.

Jarenlang is ons verteld dat we onze ondernemersvaardigheden moeten verbeteren. Leer onderhandelen, deel je agenda slimmer in, verbreed je kennis en vaardigheden, dan komt die betere beloning wel. Mis: de partij waarmee je moet onderhandelen, weigert elk gesprek. Dat kunnen PostNL, Mediahuis, NPO, RTL en DPG Media eenvoudig doen, omdat ze op hun markt of feitelijke monopolist zijn, of hooguit concurreren om de sterren en de toppers.

Een rechtvaardige en onderhandelbare beloning voor verrichte arbeid moet mogelijk zijn voor iedereen. De Auteursbond is opgericht om onder andere daarvoor te strijden, maar helaas vechten we al jaren met gebonden handen. We mogen geen adviestarieven geven, we mogen niet collectief aan tafel met commerciële partijen, we hebben zelfs geen middel om gesubsidieerde organisaties in de culturele sector tot overleg te dwingen. Omroepen en productiehuizen willen geen gesprek over hun absurd lage eenzijdige tarieven voor ondertitelaars, met kranten en tijdschriften valt niet te praten over richtlijnen voor honoraria. De modelcontracten op basis van royalty’s in de literaire sector zijn de enige marginale verdedigingslinie om de beloning daar stabiel te houden.

Wij auteurs schieten op het eerste gezicht niets op met een minimum uurtarief van 16 euro, zoals door minister Koolmees voorgesteld. Tenminste… tot we onze daadwerkelijk bestede uren in kaart brengen. Menig journalistiek artikel, vertaling of ondertiteling wordt geproduceerd voor een uurtarief van 10 euro, en dat feit gaat straks boven het wensdenken van de uitgevers en producenten. De rechtszaak van journaliste Britt van Uem tegen DPG Media maakt pijnlijk duidelijk hoe een keten van opdrachtgevers de verantwoordelijkheid voor deze gestructureerde uitbuiting doorschuift tot er niemand meer aanspreekbaar is. Onze Stichting Rechtshulp Auteurs steunt Van Uem dan ook in haar strijd om een rechtvaardig tarief vast te laten stellen bij de rechter.

Gaat de uitkomst van dat proces alle freelancers van Nederland helpen? Niet direct, net zomin als we baat hebben bij het lage Koolmeestarief van 16 euro per uur. Tegelijkertijd maakt dit bodemtarief duidelijk hoe groot de afstand is tussen een zzp-inkomen op bijstandsniveau en de huizenhoge eisenpakketten van mediabedrijven in hun vacatures voor freelance ‘functies’. Bij zware eisen aan opleiding en vaardigheid passen hoge beloningen. Ook daar heeft minister Koolmees trouwens een aanwijzing voor gegeven: pas vanaf 75 euro per uur – gemiddeld hè, dus niet voor dat ene lucratieve klusje – is een zelfstandige de ware vrije vogel.

Optimistisch gedacht: uitvliegen dus, ver weg van de bodem, kom maar op met dat bovenste Koolmeestarief.

Realistisch: de benarde situatie van veel zelfstandigen in de creatieve sector ligt nog niet achter ons, maar er is meer reden dan ooit om te praten over een passend honorarium voor onze activiteiten. Als de minister adviestarieven mag noemen, kunnen we met die aanwijzingen aan de slag. Voor de ene sector valt te denken aan een relatie met een cao, zoals bij onze strategische partner, journalistenvakbond NVJ. In andere sectoren kan het gaan over richtlijnen, indexering of modelberekeningen. De Auteursbond gaat die kans grijpen, want dat gemiddelde jaarinkomen moet omhoog.